VIRTUEEL ||||||| REËEL

Een grens die ik wil aftasten in mijn beeldend werk.

 

Een architecturaal gegeven zorgt voor een vertrekpunt om het platte vlak van een schilderij te doorbreken. Een constante afwisseling van toevoeging en verwijdering definieert mijn act van het schilderen. Deze afwisseling, gecombineerd met het vormen en verdraaien van perspectief, zorgt voor het ontstaan van een nieuwe dimensie. Een wereld die kantelt tussen iets werkelijks en iets virtueels.

OCHTENDGLOREN

 

‘In de diepe, kosmische nacht,

door lantaarns amper weersproken,

heeft een verdwaalde flits

de zwijgende straten geschonden

als een sidderend voorgevoel

van het verschrikkelijke ochtendgloren

dat als een leugen

de ontmantelde buitenwijken van de wereld besluipt.

Benieuwd naar de duisternis

en benauwd voor de dreiging van de dageraad

beleefde ik weer het vreselijke vermoeden

van Schopenhauer en Berkeley

dat zegt dat de wereld

een activiteit is van de geest,

een droom van de zielen,

zonder grond noch doel noch inhoud.

Maar omdat ideeën

niet eeuwig zijn als marmer

maar onsterfelijk als een bos of een rivier,

nam die stelling in de dageraad een andere vorm aan

en de magie van het uur

waarin het licht als wingerd

de muren der duisternis beklimt,

kromde mijn verstand

en schetste volgende gril:

Als de dingen van substantie zijn verstoken

en als dit talrijke Buenos Aires

niet meer is dan een droom,

met vereende toverkracht opgetrokken door de zielen,

dan is er een tijdstip

waarop haar bestaan aan een zijden draadje hangt

en dat is het huiveringwekkende tijdstip van de dageraad,

wanneer een handjevol mensen de wereld droomt

en maar enkele nachtbrakers

het asgrijze, flauw geschetste

beeld van de straten bewaren

dat ze straks met de anderen zullen voltooien.

Het is het uur dat de taaie droom van het leven

gevaar loopt in duigen te vallen,

het uur dat het God gemakkelijk zou vallen

zijn gewrocht in de kiem te smoren!

Maar weer is de wereld gered.

Het licht stroomt uit, vuile kleuren verzinnend,

en met enige wroeging

over mijn medeplichtigheid aan de verrijzenis van de dag

zoek ik mijn huis,

sprakeloos en ijzig in het witte licht,

terwijl een vogel de stilte vasthoudt

en de versleten nacht

achterblijft in de ogen van de blinden.'

Jorge Luis Borges